Als beheerder van een dierenasiel zie je regelmatig “zwerf”honden binnen komen. In Nederland hebben we natuurlijk geen echte zwerfhonden. In bijvoorbeeld Oost- en Zuid Europa heb je echte zwerfhonden, miljoenen wereldwijd. In ons land heb je dat gelukkig niet. Bij ons zijn de “zwerf”honden de honden die weggelopen zijn omdat ze schrokken van een knal of er wordt een loopse teef geroken en ze gaan hun neus achterna. Deze honden worden meestal binnen een paar uur alweer opgehaald door hun baasje die wanhopig aan het zoeken is geweest. Verschillende keren per jaar kwamen er in het asiel waar ik werkten “zwerf”honden binnen die nooit meer opgehaald werden door hun oorspronkelijke eigenaar. Wonderlijk vond ik dat altijd. De meest lieve, leuke, jonge honden die nooit meer opgehaald werden. Hoe dan? Hoe kun je je dier op straat zetten en het aan zijn of haar lot overlaten? Ik begreep het niet en zal het nooit begrijpen. Als je niet meer voor je dier kunt zorgen, zoek en vraag om hulp aub. Misschien niet altijd gelijk makkelijk te vinden maar er is echt wel ergens hulp te vinden als je er hard naar zoekt. Één van de “zwerf”honden die in 2018 binnen kwam, was Rambo. Een veel te dikke enorme lieve knuffelkont van middelgroot formaat. Wat voor kruising hij is weet ik nog steeds niet echt. Iets van boerenfox met een herder of zoiets. Het maakt ook niet uit. Omdat hij veel te dik was en zo vreselijk lief dacht ik dat hij wel snel herenigd zou worden met zijn baasje. Hij zou vast heel erg gemist worden, want mijn hemel wat een lieverd. Niets was minder waar. De arme schat werd niet opgehaald. Ik was er via zijn chip achter gekomen dat zijn naam Rambo was en hij 10 jaar was. Verder dan dat kwam ik niet. Na twee weken wordt een “zwerf” dier eigendom van het asiel en mag het asiel een nieuwe baas gaan zoeken. Dat deed ik dan ook. Die nieuwe baas was best snel gevonden eigenlijk. Ik vond mezelf namelijk een zeer geschikte baas voor Rambo, die artrose bleek te hebben. Rambo paste heel goed in mijn roedeltje en ik was dol op die hond. Ik heb een zwak voor oudere honden. Rambo ging dus met mij mee naar huis. Ik genoot van die lieverd. Knuffelen en kroelen, heerlijk mee wandelen. Loslopen geen probleem want Rambo luistert als de beste. Mijn roedeltje was compleet met deze lieverd erbij. Op een bepaald moment kreeg ik een telefoontje van Wil. Wil is een oudere dame die altijd honden heeft gehad. Haar laatste hond, die ze ook uit het asiel had, was nog niet zo lang geleden overleden. Wil miste haar herder enorm en ze wilde zo graag een andere hond. Alleen dat laatste was niet aan de orde want Wil had kanker vertelde ze. Ze wilde het een hond niet aandoen om na een bepaalde tijd weer terug naar het asiel te moeten. Daarnaast vond Wil het voor haarzelf ook een verdrietig idee. Ik vond het vreselijk om te horen. Ik vroeg Wil wat ze ervan zou vinden om een hond uit mijn roedeltje in huis te nemen, zo lang als het voor haar te doen was. Dat ik de hond weer in mijn roedel op zou nemen als ze te ziek zou worden. Ik vertelde haar dat ik sinds een paar maanden een enorme lieve zachtaardige hond erbij had. Rambo vond iedereen die hij tegen kwam aardig en lief en ik had het idee dat hij het heel goed aan zou kunnen. Niet iedere hond is geschikt om “uit logeren” te gaan. Wil wilde er even over nadenken en een dag of wat later belde ze mij weer op en zei ze; Ik wil graag kennis maken met Rambo. Ik maakte een afspraak met Wil om kennis te komen maken met Rambo. Toen ze kwam vond ze hem natuurlijk gelijk erg lief en leuk. Rambo vertrok met Wil naar huis, ik huilde de tranen uit mijn kop. Deed ik er wel goed aan? Vroeg ik niet te veel van lieve Rambo? Ik gunde het Wil zo! Wil en ik hielden contact en Rambo was al heel snel gewend. Hij vindt het allemaal prima als hij maar aandacht en eten krijgt. Er gingen weken voorbij, er gingen maanden voorbij, er ging een jaar voorbij. Regelmatig had ik contact met Wil. Ze genoot zo enorm van die hond. Dat zag ik ook toen ik er was om een bakkie te doen. Een maand of twee geleden belde Wil mij weer. Mijn hart brak toen ze me met brekende stem vertelde dat het tijd was voor Rambo om weer naar mij te gaan. Het werd te zwaar om hem te verzorgen. Er kwam een zware tijd voor haar aan met bestralingen en ze had niet het idee dat ze nog lang in leven zou zijn. Ik heb Rambo de volgende dag opgehaald. Zo vreselijk verdrietig dat Wil niet langer voor “haar” Rambo kon zorgen. Ik vond het afschuwelijk om weg te rijden met Rambo in mijn auto en Wil alleen achter te laten. We moesten beiden huilen. Rambo leek weinig last te hebben van de verhuizing en paste zich weer net zo makkelijk aan in mijn roedel. Hij loopt gezellig los mee, komt heerlijk knuffelen, eet als een dijker en is de liefste die je maar bedenken kunt. Ik stuur Wil wekelijks een foto of filmpje van Rambo en dat zal ik ook blijven doen zolang Wil leeft.