Toen een goede vriendin belde over het opvangen van een hondje, kon ik niet weigeren. Haar buurvrouw van 81 had net twee weken een hondje uit Spanje in huis toen ze haar heup brak. Het was buiten in de tuin gebeurd. Het hondje heeft tijden naast zijn nieuwe baasje staan blaffen. Gelukkig hoorde iemand die langs liep dat er iets mis was en heeft hulp geregeld. Ook toen de ambulance kwam bleef het kleine reutje naar de broeders blaffen. Niet alleen het baasje, maar ook haar hondje was overstuur. Natuurlijk wil ik het hondje opvangen. Mijn vriendin zou kijken of ze het kleine beestje te pakken kon krijgen. Het reutje was bang voor vreemde mensen en was nu alleen in het huis van het baasje. We spraken af, dat als ze het hondje kon pakken, ze naar mij zou komen en dan zouden we gaan kijken of het hondje in mijn roedel zou passen. Aan mijn honden ligt het eigenlijk nooit, want ik kan er alles bij zetten. Maar het moet geen pittige zekere hond zijn die de hele boel wil besturen, want zo’n hond loopt over mijn schatjes heen.

Na een poosje bij Milu -zo heet het hondje- op de grond te hebben gezeten, kon mijn vriendin de kleine man oppakken. Toen ze met Milu bij mij in de hal stond, zag ik een klein hondje dat het meeste weg had van een uit de kluiten gewassen rat met spriet haar. Hij vond alles erg spannend. Dat is ook begrijpelijk als je pas twee weken in Nederland bent en ineens met een vreemd persoon bij iemand binnen staat. Bovendien stonden er achter de deur in mijn huis zeven honden te blaffen, die allemaal heel benieuwd waren wie en wat er in de hal stond. Één voor één liet ik mijn honden bij Milu in de hal. Zo doe ik dat altijd. Eerst Anne. Als het met Anne goed gaat, dan gaat het meestal ook goed met de rest. Na Anne maakt het niet veel uit wie er daarna kennis komt maken. Ze willen het liefst allemaal tegelijk, maar dat is te veel voor een andere hond. Toen de honden kennis hadden gemaakt zonder grommen of grauwen, gingen we de woonkamer in. Milu deed niet lelijk maar vond de andere honden vreselijk. Hij wilde niets met ze te maken hebben. Gelukkig zijn mijn honden zeer goed in hondentaal en al snel lagen ze allemaal weer rustig op hun plekken in huis. Milu wist niet goed waar hij het zoeken moest. Ik gaf aan, dat als het niet zou lukken, Milu niet bij mij kon blijven.

Ik had met de kleine man te doen. Gelukkig is het uiteindelijk helemaal goed gekomen hier. Het heeft een dag of vijf geduurd voordat Milu een beetje gewend was en ik hem samen met een andere hond mee kon nemen om te wandelen. De eerste vijf dagen wilde hij absoluut niet met een andere hond naast zich wandelen. Hij was dan doodsbang. Het gekke is, dat als hij alleen met mij buiten liep, zijn staartje hoog stond en hij het erg leuk vond. Wandelen vond hij helemaal top, ook al snuffelde hij niet en plaste hij nergens tegenaan. Milou plaste steeds maar één keer, midden op straat en dat was het dan. Toen hij gewend was aan het loopje dat ik verschillende keren per dag met hem maakte, nam ik Anne ook mee om te wandelen. Het lukte en zowaar liep Milu naast Anne mee. Dat was een hele stap voor Milu. Binnen wilde hij de hele tijd bij mij in de buurt zijn. Zodra ik maar even ging zitten, zat hij op schoot. Omdat hij het in huis met de honden nog steeds niet tof vond, nam ik hem ‘s nachts mee naar boven. Milu sliep dan in een grote bench naast mijn bed. Dat deed hij heel goed. Iedere avond stond hij klaar om mee naar boven te gaan. De eerste dagen moest ik hem in de bench zetten maar op den duur ging hij er ook uit zichzelf in. Stapje voor stapje ging het steeds beter.

Het waren niet alleen de honden die hij lastig vond. Brokken of vers vlees eten was ook een dingetje bij Milu. Toen mijn vriendin hem bij mij bracht, zei ze dat hij altijd boterhammen met kip of leverpastei kreeg, omdat hij geen brokken wilde eten. Zijn baasje had al van alles geprobeerd, maar in de twee weken dat Milu bij haar was niet aan de brokken of nat voer gekregen. Daar was dus ook werk aan de winkel. Meestal is zien eten doen eten, maar dat was bij Milu niet zo. Hij trok zijn neus op voor brokken. Zelfs kattenbrokken of vers vlees wilde hij niet. Uiteindelijk heb ik hem gelukkig aan brokken en vlees gekregen, door heel langzaam het voer aan te passen. Dat viel niet mee kan ik je zeggen. Brokjes wellen en daar dan wat leverpastei doorheen roeren. Brokjes geweld met wat yoghurt en zo steeds meer naar droge brokken en vers vlees toe werken. Het is gelukt. Na een week of twee vrat Milu alles dat ik voor zijn neus neerzette. Dat was een grote overwinning en wat kun je dan blij zijn met dat soort dingen.

Het wandelen ging ook steeds beter. Toen ik hem met de rest van de honden mee had genomen naar de polder, was hij helemaal van zijn angst af om met andere honden te lopen. Hij genoot ervan en omdat hij zo graag bij mij wilde zijn, kon ik Milu al snel los laten lopen. Wat een feest voor de kleine man. De eerste weken liep hij netjes mee, maar snuffelde niet. Gelukkig veranderde dat steeds meer en op een bepaald moment was hij helemaal in zijn sas en kreeg zelfs praatjes. Poep eten was leuk, blaffend achter mijn honden aan was helemaal tof en hij begon zelfs meerdere plasje te doen tijdens een wandeling. Milu groeide iedere dag een beetje meer in zijn vertrouwen. Zijn nieuwe leventje in Nederland beviel hem goed. Op het blaffen na, wat hij heel hard kan en ook regelmatig deed een grappig leuk lief hondje.

Milu is negen weken bij mij geweest. Een paar dagen geleden is hij weer naar zijn baasje verhuisd. Hij is van een bang hondje uitgegroeid naar een hondje dat weet wat hij wil. Hij vreet alles wat los en vast zit en is en gedraagt zich als een echte hond. Onder die kleine bangeschijtert bleek een hondje met pit te zitten. Hopelijk gaat het helemaal goed komen bij zijn baasje. Ik heb mijn twijfels, want als je 81 bent, is het een hele kluif zo’n hondje als Milu. Het feit dat zo’n hondje door een stichting zonder probleem op deze manier wordt geplaatst bij iemand met zo’n hoge leeftijd, vind ik dan ook zeer zorgwekkend. Maar goed, we gaan zien hoe het verder gaat met de kleine Milu. Hij heeft bij mij een goede basis gekregen en ik hoop dat hij daar de rest van zijn leven plezier van zal hebben.

Wilma de Joode